“Waarom verplaatsen rechters zich zo vaak per fiets”, vroeg mijn goede vriend W., zelf vermogensbeheerder van steenrijke particulieren, “verdienen ze niet genoeg voor een beetje behoorlijke auto?” Ik probeerde hem uit te leggen dat rechters het  niet moeten hebben van hun statussymbolen maar van hun positie. Dus voor rechters geen snelle auto’s, tatoeages en ander materiaal dat van een flitsende leefstijl moet getuigen. Althans, niet in het openbaar uitgedragen want dat past een rechter niet, ook niet buiten de rechtszaal. Het gaat om de brains, niet om de looks. Een rechter is onafhankelijk en voor het leven benoemd en moet heel sterk in zijn schoenen staan. Rechter word je dus niet zomaar. Er gaat een uiterst strenge selectieprocedure aan vooraf om toegelaten te worden tot de rechterlijke macht. Dan volgt een lange interne leerweg. Om de onafhankelijkheid te onderstrepen, wordt er in de rechtszaal een toga (een lange zwarte mantel) en een bef (een witte geplisseerde das) gedragen.

In de huidige cultuur, waarin het niet meer zo lijkt te gaan om wat mensen echt goed kunnen maar meer om het neerzetten van een succesvol plaatje, lijkt de rechterlijke macht een beetje verloren te raken als symbool. Er wordt zelfs steeds openlijker kritiek geuit op rechters. Dit gebeurt ook in het publieke debat en rechters kunnen zich daartegen dus niet met dezelfde middelen verweren. Dat is een hele gevaarlijke ontwikkeling, omdat de rechterlijke macht een van de belangrijkste kernwaarden van de democratische rechtsstaat vertegenwoordigt. Wat betekent dat? Nou, kijk bijvoorbeeld naar wat er nu in Amerika gebeurt. Daar heeft de rechterlijke macht de hete kolen uit het vuur gehaald door het inreisverbod voor moslims, dat door de president was ingesteld en waar de hele wereld mee in zijn maag zat, ongeldig te verklaren. Volgens Trump zijn het neprechters, een uitspraak die verdacht veel in de buurt komt van wat Wilders allemaal over de rechters uitkraamde na zijn veroordeling in het “minder-Marokkanen proces”. Een rechter die onlangs is gepensioneerd, zei naar aanleiding van dat proces in een interview dat het wellicht tijd wordt om “contempt of court” strafbaar te stellen. Als je het niet eens bent met een vonnis, dan ga je in hoger beroep. Maar je uit nooit openlijke kritiek en zeker niet in opruiende zin, over individuele rechters in individuele zaken. “Het Joodse volk weet als geen ander wat het betekent als er geen onafhankelijke rechtspraak is”, memoreerde deze net gepensioneerde rechter. Onlangs is er beroering ontstaan door het bericht dat rechters steeds vaker de wet omzeilen door iemand toch weer een taakstraf op te leggen, ook al heeft diegene al eerder een taakstraf gehad. De wet zegt dat dit geen tweede keer kan. Ook is het opleggen van uitsluitend een taakstraf niet toegestaan voor ernstige zeden- en geweldsdelicten.

Deze berichtgeving over rechters die lekker doen wat ze zelf willen en illegale cadeautjes uitdelen met taakstraffen, beïnvloedt de publieke opinie door te suggereren dat rechters watjes zijn die het liefst zo laag mogelijk straffen. En het is gespeend van iedere realiteitszin. In mijn zaken waarin de rechter een vonnis velt, wijkt dat zelden veel naar boven of naar beneden af van wat passend en rechtvaardig voelt in die specifieke zaak. Het is maatwerk wat een rechter doet, en dat moet het ook blijven. Wiskundige formules opgelegd vanuit Den Haag passen niet. Geen reden tot zorg, regelmatig worden er behoorlijk forse straffen uitgedeeld, met jarenlange celstraf. Gevaarlijke mensen die ernstige dingen hebben gedaan, gaan echt niet vrijuit. Een maatschappelijk probleem is wel dat juist deze groep minder vaak bij de rechter terecht komt, maar dat is een probleem van opsporing en niet van wat de rechter beslist. Daarover schreef ik vorige keer al.

Maak rechters dus geen kop van jut als het gaat om maatschappelijke problemen die niet opgelost lijken te worden. En geloof niet dat met een technocratisch wetje deze problemen de wereld uit zullen zijn.